Zoekopdracht
Segment





Aantal wielen




Locatie van bewaring

Vlaamse aardkar met voortrein en draaistel E2

Vlaamse aardkar met voortrein en draaistel E2, Karrenmuseum Essen

Classificatie

RegistratienummerV 2007-0601
Bouwperiodecirca 1930
Locatie van bewaringKarrenmuseum

Typologering

SegmentLand- en tuinbouwvoertuigen
Hoofdgroep2-wielige voertuigen
TypologieVlaamse aardkar met voortrein en draaistel E2

Het betreft een gewone aardkar die tijdelijk omgebouwd werd tot oogstwagen. Hiervoor werd gebruikgemaakt van een voortrein. De voortrein is een tussenschakel tussen kar en wagen. Het wielstel wordt onder de berries bevestigd en verbonden met de achteras door een metalen gebogen I profiel langboom.
De tweewielige aardkar met voortrein bestaat uit een onderstel met twee korte draagbomen die rechtstreeks op de houten asdam zijn gemonteerd waarin een metalen as zit gevat. De berries werden scharnierend opgesteld aan de twee draagbomen.
De laadbak bestaat uit twee zijborden (type a), gesteund door 4 rongen. Het voorbord werd afgenomen, het achterbord is eveneens verwijderbaar. Aan de binnenzijde is het raamwerk betimmerd met planken. De inhoud kan vergroot worden door 'biedeuren' te plaatsen. Bovenaan, aan de bovenregels van zowel achterbord als zijborden zijn voor de bevestiging hiervan metalen beugels voorzien (type a).
Bij het binnenhalen van hooi en graanoogst, plaatste men voor en achter 'oogstladders' (gekken of botteriken). Om breed te kunnen laden konden er boven de wielen 'hooiberden' (wieghouten) geplaatst worden, hiervoor zijn metalen bevestigingsringen aan de zijborden aanwezig. Er kan een 'hooiboom' boven in de 'gek' gestoken worden, van achter trekt men met een zeel de hooiboom vast, zodat de last bijeen blijft.
Om de lading te storten kan ze omgekipt worden. De draagbomen van het laadbord werden buiten tegen de draagbomen van de bak met een spil bevestigd waarrond zij kunnen draaien. Om te beletten dat de karbak tijdens de rit zou opslaan of onder het gewicht van de lading zou kantelen, worden de draagbomen in elkaars verlengde gehouden door een Laadhout.
De kar heeft twee wielen met een diameter van centimeter en zijn voorzien van vetassen met borgpen (type a) in een muilband. De wielen hebben een zichtbare kromte. Ze hebben 6 velgen en 12 spaken. De voortrein heeft eveneens twee wielen voorzien van vetassen met borgpen (type a) in een muilband (type a). Deze zijn aanzienlijk kleiner dan de wielen van de kar, de diameter bedraagt centimeter. De kleine wielen bevatten eveneens 6 velgen en 12 spaken en hebben een zichtbare kromte.

Materialen en afwerking.
Het onderstel, de karbak en de voortrein hebben een groene kleur. De wielen zijn rood. De metalen onderdelen kregen een zwarte afwerkingslaag. Deze kleuren werden veelvuldig gebruikt als afwerkingslaag bij voertuigen omdat: zwart bij metalen is uit roestwerende voorzorg. De basis voor zwarte verf is immers roetzwart, koolstof of grafiet. Rood en groen, de basisstoffen waren goedkoop, uit eigen regio was er meekrap voor de rode kleur en oker, wede en wouw als kleurpigment.

Opschriften.
Opschrift 1: Zie foto beeldmateriaal
BOERENTRAM
GEBOUWD Ca 1930
GESCHONKEN DOOR HEEMKUNDEKRING
'WILLEM VAN STRIJEN'
ZEVENBERGEN

Gebruik.
Gebruikt bij de graanoogst.

Afmetingen.
Bruto- maten: L X B X H: 45cm X 220cm X 200cm
Spoorbreedte: achteraan: 157cm, vooraan: 156cm
Breedte wielband: achteraan 9,5cm, vooraan: 9,5cm
Diameter: achteraan: 135cm, vooraan: 80cm

Het Karrenmuseum is een Erkend Museum in Vlaanderen