Zoekopdracht
Segment





Aantal wielen




Locatie van bewaring

Hoogkar met voorloper

Hoogkar met voorloper, Karrenmuseum Essen

Classificatie

RegistratienummerV1969-1970
BouwperiodeOnbekend
Locatie van bewaringKarrenmuseum

Typologering

SegmentLand- en tuinbouwvoertuigen
Hoofdgroep2-wielige voertuigen
Subgroeptrein
TypologieHoogkar met voorloper

Afmetingen

Bruto lengte540 cm
Bruto breedte207 cm
Bruto hoogte187 cm
Spoorbreedte155 cm

Beschrijving

OpbouwHoogkar met een onderstel met een asdam en een ingelaten ijzeren as. Berriestel (2 berriebomen, 2 tegenberries, 12 scheien) doorlopend tot inspan. Een bak met 2 vaste gesloten zijleren (5 rongen in rongbeugels, bovenboom met beugels voor opzetborden en huif) en een afneembaar achterbord. Schee aan voor- en achterzijde van de bak.
Voorloper met een losse laadvloer en een draaistel (onder: asdam met tangarmen en draairing; boven: raamwerk met draairing aan voorrongblok en 2 steunbalken). Voorrongblok met 2 ijzeren rongen. Berriebomen met 4 houten rongen in rongbeugels. Afneembare zijleesten (3 rongen in rongbeugels). De kleurstelling van deze kar is groen met rode wielen en rode bodemplanken.

Een trein is een hybride vorm van twee karren, namelijk een combinatie van enerzijds een aardkar of een hoogkar en anderzijds een voorloper. Laatstgenoemde is een aparte ‘voorkar’ met een draaistel, twee wielen en een extra laadvloer. Bij de oudste vorm van een trein werd de laadvloer los op de berriebomen van het inspan van de aardkar of de hoogkar gelegd.
De trein evolueerde naar een model waarbij het inspan van de kar verwijderd werd. De voorloper met een vaste laadvloer werd vervolgens met een spil aan de achterliggende kar verbonden, waarbij een laadhout de voorloperbodem en karbodem in elkaars verlengde hield. De trein werd hoofdzakelijk gebruikt voor het vervoer van hooi en korenschoven tijdens de oogstpiek en voor het transport van aardappelen, bieten en pulp over langere afstanden. Buiten de oogstperiode werd de voorloper vermoedelijk vaak uitgetuigd en werd de hoogkar of de aardkar als voertuig gebruikt.
De trein kwam onder andere in het noordwestelijk kleigebied van Noord-Brabant, de Antwerpse Kempen en in het westen van Duitsland voor. In 1956 schreef Goossenaerts dat de boeren in het Noordwesten van de Kempen meestal over een trein beschikten. De wagen als één geheel zou in deze streken pas op het einde van de negentiende eeuw (ca. 1890) opkomen en bij het verbeteren van het wegendek samen met de trein in aantallen toenemen.
In Engeland kwam de trein reeds in de achttiende eeuw voor onder de naam ‘hermaphrodite’. Rond 1860-1870 kwam dit type vermoedelijk op vanwege de behoefte aan een voertuig met een groter laadvermogen ten behoeve van het transport van suikerbieten naar de fabriek en van pulp als retourvracht. Op een trein kon circa 3000 kilogram geladen worden, tegenover circa 1750 kilogram op een gewone boerenwagen (Tholense wagen). Na 1950 is dit voertuig in onbruik geraakt door de opkomst van de luchtbandenwagens en de trekkers.
Deze trein vormt een samenstelling van een hoogkar met een voorloper.

Het Karrenmuseum is een Erkend Museum in Vlaanderen