Zoekopdracht
Segment





Aantal wielen




Locatie van bewaring

Omnibus

Omnibus, Karrenmuseum Essen

Classificatie

RegistratienummerV 1969-1945
BouwperiodeBouwjaar: 1880
Locatie van bewaringKarrenmuseum

Typologering

SegmentRijtuigen
Hoofdgroep4-wielige voertuigen
TypologieOmnibus

De familie- omnibus is mogelijk ontstaan uit een wagonette waarop men een stevige afneembare bovenbouw heeft geplaatst. Net als bij een wagonette zijn de zitbanken van de omnibus in de lengterichting geplaatst en bevindt zich aan de achterzijde een portier met ijzeren opstap.
De grotere modellen hebben een zitbank voor drie personen aan de voorzijde op het dak achter de bokzit. Bij kleinere modellen is de bokzit meer naar achteren geplaatst, waarmee de zitbank op het dak verviel. Kenmerkend voor een omnibus is de kast, waarvan de zij- en achterpanelen en soms het voorpaneel van grote glazen ramen zijn voorzien.
Bij mooi weer kon men de bovenkap verwijderen door middel van het uitschroeven van vier kastbouten en zo bekwam men terug een wagonette.
Aan de achterkant is de wagen voorzien van een krukas waar de bak tussen hangt. De kast werd voorzien van grote ramen, waardoor de passagiers overdag over voldoende licht beschikken. Bij duisternis geven de grote lantaarns niet alleen aan de buitenzijde de nodige verlichting, maar stralen ook nog voldoende licht door de ramen naar binnen. Het interieur van de kast werd zeer luxueus aangekleed.

Materialen en afwerking.
Het onderstel en de wielen werden bordeau gelakt. De kast werd bordeau en zwart gelakt.

Gebruik.
Het was een veel geziene wagen op de landgoederen, waar rondom het gebruik strenge regels golden. Zo was het de gewoonte wanneer de familie in het rijtuig zat, dat de leuning omhoog stond. Wanneer er alleen personeel mee reed en geen familie, was de rugleuning neergeklapt. De eigenaar was de einige die met een grijze hoge hoed op en met disselboomkettingen mocht rijden. Door deze gebruiken te handhaven waren vergissingen over wie er in het rijtuig reed, uitgesloten.
Bij mooi weer zat men achter de koetsier, met de benen in de hals van het rijtuig.
Maakte men een grote reis, dan stonden de koffers boven op de kap, binnen het imperiaal. Bedienden zaten dan in de wagen. Bij mooi weer kon men ook de bovenkap verwijderen door middel van het uitschroeven van vier kastbouten en zo bekwam men een wagonette.
Op de buiten werd dit rijtuig wel met vier paarden gereden. De stalhouders reden gewoonkijk met twee paarden.

Afmetingen.
Bruto- maten: L X B X H = 310 X 190 X 250
Spoorbreedte: achterste: 150cm, voorste: 147cm
Breedte wielband: achterste: 4cm, voorste: 4cm
Diameter: achterste: 130cm, voorste: 98cm

Opmerkingen.
Restauratie in eigen atelier door Ivo van Loon en George Goossens onder leiding van Lode Jordaens.

Het Karrenmuseum is een Erkend Museum in Vlaanderen