Zoekopdracht
Segment





Aantal wielen




Locatie van bewaring

Tweewielbeerkar

Tweewielbeerkar, Karrenmuseum Essen

Classificatie

RegistratienummerV 1972-2361
BouwperiodeRond 1923
Locatie van bewaringKarrenmuseum

Typologering

SegmentLand- en tuinbouwvoertuigen
Hoofdgroep2-wielige voertuigen
TypologieTweewielbeerkar

Het onderstel is meestal gelijk aan dat van de aardkar. De laadbak is nu vervangen door een dichte bak met luik en tapgat. Het tapgat is in onze streken meestal in de achterwand, met een gewone “stek” afgesloten. De recentere utvoeringen hebben een kraan, een schuif of tapkranen. We bezitten er ook met een aftapgat in de bodem. De inhoud, variërend van 800 tot 900 l. wordt over een spreiplank op het veld of weide gelost.
Sommige boeren behelpen zich met een goedkopere oplossing: de “zeikkist”. Deze wordt dan op de aardkar gezet en vastgebonden met een zeel.
In de vooroorlogse tijd (WO II ) hield een boer zoveel stuks als de grootte van het bedrijf toeliet. Weiland en akkerbouw waren vooral bestemd voor veevoeder. Het aantal koeien dat men met de opbrengst van het bedrijf kon houden, kwam ongeveer overeen met 1 koe per ha landbouwgrond. Er was toen absoluut geen sprake van overbemesting, integendeel, de boeren kwamen wat graag de beerput ruimen van de burgerij.
De keuterboer behielp zich echter op vindingrijke wijze en op een meer economische manier. Hij vervaardigde een soort kist die precies paste in de bak van zijn aardkar. De keuterboer had dan ook niet de pretentie te spreken van een beerkar. Het was voor hem gewoon een “zeikkist”.
De beerkar bepaalde ook het dorpsbeeld, en was onmisbaar. Men gaf nog 2 BEF voor de inhoud van een beerput. Regelmatig moest hij geledigd worden want overlopen waren er niet voorzien en aansluiting op het rioleringsnet daar was in een dorp niets van te merken.
Onder de eerste loods vinden we de beerkarren, allemaal verschillende types.
6 beerkarren + 2 aardkarren met daarop een beerkist.
Een professionele beerkist werd gemaakt door een wagenmaker, voorzien van onderbalken en rammen, gemaakt uit duurzaam hout.
Het keuterboerke behielp zich op een goedkopere manier. Hij maakte een kist van goedkoop hout die paste in de bak van zijn aardkar. De kist werd geteerd om waterdicht te maken. Deze beerkar, die we hier ook vinden, werd gewoon “zeikkist” genoemd.
De beerkarren die we hier zien, komen uit verschillende streken. Eén van hen komt uit onze eigen regio.
Wat de beerkarren allen gemeen hebben, is dat ze afkipbaar zijn om de laatste restanten uit de bak te laten lopen. Wel is er een verschil in de vorm van uitvoering achteraan om de beer, de aal, de gier uit te laten lopen. We vinden hier karren met in de bak een tapkraan, een stek van achter in het gat, een gat in de bodem, of een schuifkraan.

Gebruik.
Bemesting
Inhoud: 800 - 900 liter

Afmetingen.
Bruto- maten: L X B X H: 435,5cm X 190cm X 161cm
Spoorbreedte: 150,5cm
Breedte wielband: 9cm
Diameter: 134cm

Het Karrenmuseum is een Erkend Museum in Vlaanderen